Bommen op Roeddörrep en het spoor
Auteur(s): H.J. LemeerDe heer Lemeer vertelt dat er, net als in Blauw Dorp, een gangenstelsel onder het Roeddörrep lag. Ook kwamen er tijdens het vergissingsbombardement van 1944 meerdere spoorlui om het leven.
"Ik ben geboren in de Antoon Bieleveltstraat 12 in 1923. Het zal u misschien nog niet verteld zijn, maar in de oorlog wisten een paar mensen in het Roeddörrep dat er onderaardse gangen waren, net zoals in Blauw Dorp. Men heeft toen iemand met een wichelroede laten komen en inderdaad, hij wees die aan. "Maar", zei die man, "daar heeft u niets aan, want ze staan half vol water. Daar kunt u echt geen schuilkelders van maken!"
Ik werkte bij de Nederlandse Spoorwegen - was er machinist. Op die 18de augustus was ik nèt thuis van mijn dienst en hoorde die vliegtuigen. Er waren twee aanvalsgolven. Direct na de eerste haastte ik mij in de richting van de Sint Antoniuslaan. Er was daar namelijk een schuilkelder onder de winkel van Cremers op de hoek van die straat en de Gebroeders Hermansstraat. Cremers handelde in comestibles. Ik was nèt ter hoogte van de Sint Antoniuslaan toen de tweede golf kwam. Het waren maar zes vliegtuigen trouwens; toen ik ze zag liet ik me meteen vallen, maar er gebeurde niets, tenminste niet waar ik lag. Er viel een bom aan de overkant van de Sint Antoniuslaan en de Membredestraat ter hoogte van het hoekpand, het winkeltje van Niël. Bij de ontploffing die volgde werd de villa daarachter volledig vernield. Ik lag nog steeds op de grond, had gevoeld dat een andere bom rakelings langs me heen was gegaan en die was niet ontploft. In de Gebroeders Hermansstraat lagen destijds de woningen van de spoorwegingenieurs. Op de hoek, naast de woningen, was er een mestvaalt. Ik stond op en ging kijken. Het bleek dat die bom juist in die mesthoop terechtgekomen was. Dat was mijn geluk geweest - een blindganger dus. Was die ontploft, dan was ik er niet meer geweest, want ik was er slechts drie meter vandaan. Ik heb dat toen doorgegeven aan iedereen die het horen wou. Er is nooit over gesproken totdat men in de jaren 1980 de buurt ging renoveren. Pas toen kwam er iemand tot de ontdekking dat daar een blindganger moest liggen. Ze hebben het projectiel ook gevonden, een 500-ponder. Maar goed….
Er is veel geschreven over het Krèjjedörrep en het Roeddörrep, maar er zijn die avond ook verschillende spoorlieden doodgebleven tijdens hun werk. Daar is nóóit een woord over gesproken, terwijl dat bombardement toch bedoeld was om het spoor en de spoorbrug te vernietigen. Ze hebben de NS-werkplaats geraakt; die was halfvernield en vier of vijf spoorlui die daar op dat moment aan het rangeren waren, hebben het niet overleefd. Nadat de bommen gevallen waren liep ik naar mijn geboortehuis in de Antoon Bieleveltstraat nummer 12. Uit pure nieuwsgierigheid ging ik er kijken en zag vlakbij het huis een groot gat in de grond. Er was een bom nèt op de onderaardse gang gevallen en die bleek … kurkdroog! Als ze die eerder in de oorlog hadden opengemaakt, hadden ze de mooiste schuilkelders gehad. Die kelder was heel hoog, fors gebouwd en zo meer…"
Terug naar het verhalenoverzicht