Bommen en Donders
Auteur(s): P.H. DondersDe heer Donders verhaalt over de aanwezigheid van het Amerikaanse leger in het Wittevrouwenveld in september 1944. Tijdens het vergissingsbombardement een maand eerder was hij bezig met het vangen van salamanders.
"Ik herinner mij als de dag van gisteren dat in de herfst van 1944 het hele Wittevrouwenveld volstond met Britse Centurion-tanks die bestemd waren voor het Ardennen-Offensief. Ook in de Schwartzenbergstraat. De voertuigen stonden daar neus aan neus. Hartstikke vol.
Op het Oranje- en Koningsplein stonden de kisten met voedsel vier en een halve meter hoog. Ze zouden worden afgevoerd door zwarte Amerikanen. Hun vrachtwagens werden geparkeerd aan de Meerssenerweg en die colonne liep door in de richting van Meerssen, Ulestraten en Valkenburg. Langs de weg was een sleuf gegraven waarin ze de munitie hadden opgeslagen. Ze wilden niet hebben dat die binnen de bebouwde kom bewaard werd. In het verlengde van de Czaar Peterstraat, rechtdoor in de richting van het viaduct en de Meerssenerweg, waren installaties voor het overpompen van brandstof in de tankauto's van de Amerikanen.
Ik kan over de situatie meepraten want we hebben twee Engelse soldaten ingekwartierd gehad. De Britten gingen destijds aan het Hofmeiersplein, in de Frankenstraat, Parmastraat, Tapijnstraat, enzovoort, huis aan huis vragen of men bereid was een paar jongens onder te brengen en voor hun was en eten te zorgen. Wij hadden thuis vijf kinderen, maar Mam van mij heeft er twee heel goed verzorgd.
De Britse divisies in het Wittevrouwenveld waren van de Grenadier en later de Coldstream Guards. Ze zouden nadien betrokken raken in de slag bij Hürtgenwald, bij Aken, vanaf half september '44. Tussen de 27.000 en de 30.000 Amerikanen zijn daar gesneuveld. Een week of vijf later arriveerden de Coldstream Guards. Bij ons thuis hadden we eerst een soldaat van de Grenadier en later een van de Coldstream Guards. Wij hebben nadien helaas geen contact meer met hen gehad De eerste zou sneuvelen in het Hürtgenwald; de ander was al ouder, een jaar of veertig. Hij overleed in 1954. 's Morgens was er appèl. Wij kwajongens mochten van de luitenant Bill Brockband - die naam vergeet ik nooit meer - mee in de houding gaan staan. En salueren en commanderen dat deden we ook! We stonden tussen de soldaten in; die trokken je ook nog eens aan je oren als je niet kaarsrecht stond. Als Brockband dan langskwam, trok hij je ook nog eens aan je armoedige hemd!
Op 13 september 1944 kwam er een granaat terecht op de schuilkelder aan het Hofmeiersplein waarbij twaalf jongens omkwamen. Hun monument staat nu op de begraafplaats in Oostermaas. Mijn schoolvriend Huubke Evers was één van hen. Die jongens kende ik allemaal. Ik besefte dat ik enorm zwijnengeluk had gehad en ik heb ook altijd een levensfilosofie gehad van Je gaat eraan als je tijd daar is. Daar doe je geen mieter aan; dat staat vast! Waarom zeg ik dat? Er waren drie schuilkelders op dat Hofmeiersplein. De meest rechtse schuilkelder was voor zieken, ouden van dagen en invaliden. Er was een trap naar beneden. Bij het begin van die trap stond een gecementeerde tamboer. Die granaat is over de huizen van het Wittevrouwenveld gegaan en precies in het midden van die muur terechtgekomen. De slachtoffers stonden op dat moment allemaal op de trap. Ik had daar nèt ook een tijdje gestaan. Ik dacht nog Kiek wat e stom gelök iech höb gehad. Die wèlle miech daorbove nog neet höbbe! Die granaten gingen van sjjj sjjj! Het waren de laatste die door de Duitsers op Maastricht vanaf Berg en Terblijt met een kanon werden afgevuurd. Dat was twee of drie dagen ná de bevrijding. Ik ben toen doorgelopen naar de Czaar Peterstraat waar later de Amerikanen kwamen. Die waren royaal met chocolade, kauwgom, sigaretten en pakjes om limonade te maken. De laatste oorlogsmaanden ging je niet meer naar school. Je zat continu in de schuilkelders.
De Amerikanen kwamen op 14/15 september '44 met hun tanks over de Scharnerweg, door de Czaar Peterstraat, gingen de Morsestraat in en langs de grote proeftuin (met fruit!) richting Meerssenerweg om te vechten in Houthem-Sint Gerlach. Daar hebben ze het nog redelijk zwaar gehad.
Op 18 augustus '44 was ik ook getuige van dat vergissingsbombardement. Ik was met een groepje jongens salamanders aan het vangen. We zagen twaalf toestellen en het ging ineens hartstikke mis. De hele boel ging de lucht in. Wij lagen in kuilen bij het water in de bocht van de Meerssenerweg, achter de Mosa. Daarin gooide de fabriek haar kapotte porselein. Het zag groen van ellende, maar er zaten wèl salamanders in. In die bocht lag ook de proeftuin die vol stond met kersenbomen. Heerlijke kersen! De eigenaar heeft nog vaak genoeg achter ons aan gezeten. Hij maakte je van kant als ie je te pakken kreeg! Een enorme gifkikker! Kwaad dat die man was! Mijn moeder wist altijd waar ik was. In die tijd had je nog normen en waarden. Je vertelde thuis altijd waar je naartoe ging. Deed je dat niet, dan kon je het schudden. Ze was natuurlijk in de hoogste staat na dat bombardement omdat ze wist dat ik dáár was. Zoals ik al zei: ik had stom geluk, want ik had ook daar drie minuten eerder op de trap staan praten met Frank Kramer en Huubke Evers over MVV. Die hebben het niet overleefd.
In de Kerstnacht van 1944 was er nog een Duitse luchtaanval."
Terug naar het verhalenoverzicht