Anno 1883

Auteur(s): Dhr. Quaedvlieg

Rond de geboorte van de Stedelijke Muziekschool, het Maastrichts Stedelijk Orkest en de Mastreechter Staar.

Het muziekgebeuren te Maastricht in de 19e eeuw was overwegend een zaak van zgn muzieksociëteiten; groepen die op de een of andere wijze met muziek maken bezig waren. Hun succes was sterk wisselend en afhankelijk van de mate waarin zij wortel hadden weten te schieten in de burgerij. Zulks werd mede beïnvloed door zaken als politieke strubbelingen die in de periode 1830-1839 leidden tot de scheiding binnen de Nederlanden en Maastricht min of meer isoleerden van zijn cultureel achterland. Ook het vertrek van talrijke vooraanstaande burgers deed zich binnen het culturele gebeuren in de politiek sterk verdeelde stad gevoelen. Het effect van een en ander werd nog groter, omdat de overheid zich in deze vooralsnog afzijdig hield en geen aanleiding zag om activiteiten in deze (blijvend) financieel te ondersteunen. De voortdurende strijd tussen voorstanders van het traditionele en zij die vernieuwingen voorstonden beheerste lange tijd ook het muziekgebeuren in Maastricht.

Eerst na 1870 - toen de stedelijke overheid zich meer actief met het muziekgebeuren in de stad ging bemoeien - scheen het getij geleidelijk te keren en resulteerde uiteindelijk anno 1883 in de totstandkoming van enkele instituties die het Maastrichtse muziekleven over de grens van de 19e naar de 20ste eeuw hebben gedragen; een periode "van ontwaking uit de dommel van de romantiek met haar hoofse gebaar en vormelijke gezapigheid", zoals drs. J.F.R.Philips eens opmerkte.

Stedelijke Muziekschool.

Een van de zwakke elementen van het Maastrichtse muziekgebeuren was tot dan toe het muziekonderwijs ge-weest. Men was in deze volledig afhankelijk van initiatieven van de onderscheiden sociëteiten en van bepaalde muziekmeesters. Pogingen om een door het Rijk gesubsidieerde school in Maastricht te krijgen waren zonder resultaat gebleven. Een drietal muziekmeesters (Batta - vader van de bekende cellist -, Hoeberechts en Novent) begon in 1820 met een eigen school; in hoofdzaak voor zang- en solfègelessen. De belangstelling voor deze school nam snel af, toen in 1827 de "Société des amis des sciences, lettres et arts" met een eigen school begon. Een initiatief voor een meer algemeen gerichte muziekschool faalde door de politieke strubbelingen in de jaren 1830-1839. Na 1840 waren het vooral de "Société d'Harmonie" ( de latere Koninklijke Harmonie) en het zang-genootschap "Orphée" die - overwegend uit eigen belang - aandacht hadden voor het muziekonderwijs. Onder leiding van Louis Fridel ontwikkelde vooral eerstgenoemde school - welke kon rekenen op de medewerking van een aantal vooraanstaande musici - zich tot een waardevol instituut. Doch ook nu bleef de financiële steun, welke men van de gemeente ontving, een zwakke schakel, die uiteindelijk in 1861 zelfs resulteerde in het faillis-sement van de sociëteit en het verdwijnen van de school. Maastricht moest in deze weer terugvallen op de diensten van individuele muziekmeesters.

Nog in 1875 sprak men zich heel nadrukkelijk uit voor een van gemeentewege gesubsidieerde particuliere muziekschool boven een gemeentelijke school. De door de toen opgerichte "Maastrichtsche Muziekvereeniging" in het leven geroepen school zou desalniettemin uiteindelijk op 1 december 1882 resulteren in de totstandkoming van de "Stedelijke Muziekschool". Vanuit de gemeenteraad was bij die gelegenheid duidelijk gesteld, dat men vond, dat "het ontegenzeggelijk tot de taak van het gemeentebestuur behoorde de eenmaal aangevangen pogingen  tot bevordering van de muziekbeoefening niet te doen staken, en zoo doende ook den kleinen burger de gelegenheid te schenken om hunne kinderen tegen een gering schoolgeld, en zelfs kosteloos, muziekonder-wijs te doen genieten".

Onder leiding van Otto Wolf - de toenmalige zangleraar van de Rijksnormaalschool te Maastricht - werd in september 1883 met de lessen in het tot dan toe door de "Maastrichtsche Muziekvereeniging" gebruikte schoolgebouw aan de Helmstraat begonnen; zelfs de leermiddelen van genoemde sociëteit werden overgenomen om een snelle start van de nieuwe gemeentelijke school mogelijk te maken. Wolf kreeg daarbij de hulp van mensen als Erich Ender (viool, altviool en contrabas), Ernest Adolphe Ludewig (cello), Frans Lambert (solfège), Anton Frömmig (houten blaasinstrumenten) en Alphonse Barbe (koperen blaasinstrumenten). Deze groep werd in 1885 nog uitgebreid met de Luikenaar Samuel Ramioul (zang). Konden bij de start een 60-tal leerlingen welkom wor-den geheten, snel groeide dit aantal tot meer dan 100. Sindsdien heeft Maastricht haar eigen Stedelijke Muziekschool, hetgeen een wezenlijke bijdrage betekende aan de geleidelijke popularisering van het muziekgebeuren te Maastricht, dat zich tot dan toe grotendeels binnen de beslotenheid van de diverse sociëteiten had afgespeeld.

Maastrichts Stedelijk Orkest.
De totstandkoming van de Stedelijke Muziekschool maakte ook de start mogelijk van een aan deze school verbonden orkest, dat zich vanaf rond 1930 zou presenteren als het "Maastrichts Stedelijk Orkest" en nadien getransformeerd werd in het "Limburgs Symphonie Orkest" (L.S.O.). Het nieuwe orkest werd in eerste instantie geformeerd rond de bovengenoemde docenten van de Stedelijke Muziekschool en de nog overgebleven leden van de orkesten van de "Maastrichtsche Muziekvereeniging" en de sociëteit "de Symphonie". Over de noodzaak van een dergelijk orkest bleven de meningen nog lange tijd verdeeld. Men was met name bevreesd voor een steeds hoger wordend subsidie. Anderzijds werd het als een ernstig gemis ervaren, dat Maastricht "een behoorlijk georganiseerd en gedisciplineerd orkest" miste en men bij voorkomende gelegenheden zich moest behelpen met "eenen in ijl zamengeraapten groep van muziekanten, zonder eenheid noch cohaesie, de overblijfselen van vroeger bestaan hebbende muziekvereenigingen en genootschappen".
Met hun eerste concert op 2 september 1883 in het Stadspark lieten Otto Wolf en de zijnen reeds vanaf het begin blijken, dat hun meer voor ogen stond dan het continueren van het 19e eeuwse "concert vocal et instrumental".

1.    L.van Beethoven - Ouverture Egmont
2.    Cavallini - Fantasie voor klarinet op motieven der Somnambule
3.    O.Wolf - Aux bords de la Meuse, valse de concert
4.    Mendelssohn - Ouverture Athalia
5.    Banneux - Fantasie voor hoorn
6.    O.Wolf - Gavotte hollandaise
7.    Stofsny/Gounod - Fantasie op motieven uit Faust.

Toch werd de band met het verleden niet geheel verbroken. Uit het ruim 30 leden tellend symphonie-orkest werd nog in 1883 ook een 22 leden tellend orkest voor de begeleiding en opluistering van voorstellingen in de Schouwburg geformeerd en een groot en klein ensemble voor het opluisteren van bals. Na de fusie van Muziek-school en het muziekkorps van de dienstdoende schutterij behoefde het orkest zich niet meer te bekommeren om het continueren van de - vooral bij de gewone burgerij - populaire harmonieconcerten in het Stadspark en elders in de stad. En op vocaal gebied maakte in 1891 een samengaan van Muziekschool en de eerst in 1882 opgerichte zangvereniging "Gemengd koor" de totstandkoming van een gemengd koor aan de "Stedelijke Muziekschool" mogelijk; waarmee in feite de kring rond was.

Mastreechter Staar

Niemand zal verwacht hebben, dat met de totstandkoming van een gemeentelijke school en dito orkest de problemen binnen het Maastrichtse muziekgebeuren plots waren opgelost. Wel werd daartoe in 1883 de basis gelegd, doch verder vroeg dit tijd en geduld. De erkenning van de waarde van beide instituties kwam eerst aanmerkelijk later; voor wat de muziekschool betreft in 1956, toen het in 1924 aan de school toegevoegde muzieklyceum officieel werd erkend als conservatorium en voor wat het orkest betreft in 1954 toen het als "Limburgs Symphonie Orkest" tot provinciaal orkest werd verheven en een plaats kreeg binnen het landelijk orkestenbestel.
Van de talrijke 19e eeuwse muzieksociëteiten was het in feite alleen de harmonie van het in 1825 opgerichte "Philharmonique Genootschap" die als "Koninklijk Harmonie van Maastricht" het zinvol achtte haar aktivi-teiten ook na 1883 voort te zetten. Min of meer gold zulks ook voor het in 1883 door enkele leden van de kort voordien ontbonden zangvereniging "Polyhymnia" opgerichte mannenkoor "Mastreechter Staar", dat zich op 1 februari 1885 onder leiding van Louis Defesche officieel presenteerde tijdens een concert in de toenmalige concertzaal aan de Kleine Gracht met een programma, dat heel nadrukkelijk nog herinneringen oproept aan het 19e eeuwse "concert vocal et instrumental".

I
1.    Auber - Ouverture "Les diamants de la Couronne".
2.    Reichard - « Das Bild der Rose » (tenor-solo)
3.    Braga - « La Sérénata », mélodie valasque (tenor met acc.van violoncelle et piano)
4.    Jansa - Quartet no.2 voor 2 violen, alto en violoncello
5.    Gevaert - « Les chants lyriques de Saul » (koor)

II
1.    Bazin - Ouverture « Le voyage en Chine »
2.    Eykens - « La nuit », dubbel kwartet
3.    Henrion - « Bonheur du retour », romance (bariton)
4.    Mozart - Trio voor 2 violen en violoncelle
5.    Adam - Air uit de opera « Le Châlet » (tenor)
6.    E.Soubre - « La branche d'amandier » (koor)

De aanzet tot een meer eigentijds muziekgebeuren werd anno 1883 heel nadrukkelijk gezet en zou zijn beslag krijgen toen in 1916 Henri Hermans belast werd met de leiding van school en orkest. Zijn grote verdienste is het geweest, dat hij wist af te rekenen met de toen nog brede publieke voorkeur voor "muziek van Fransche en Bel-gische meesters boven die van Duitsche componisten". Al zou het niet mogelijk blijken bedoelde voorkeuren geheel uit te roeien; eerder boden zij ook positieve kanten waarop vooral Hermans met zijn orkest - en in mindere mate ook Peter Gielen met zijn "Kon. Zangvereniging Mastreechter Staar" - wisten in te spelen.

Bronnen:
- Gerard Quaedvlieg - Maastrichts muziekleven in de negentiende eeuw (1979)
- Archief gemeente Maastricht (notulen der vergaderingen van de gemeenteraad van Maastricht en Jaarverslagen gemeente Maastricht)
- Gedenkboek ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van de Stedelijke Muziekschool en het Stedelijk Orkest (1933)
- J.F.R.Philips - Een periode van sociale kentering (1880-1890). Miscellanea Trajectensia. (1962)
-  G.Quaedvlieg - Koninklijke Harmonie van Maastricht 1825-1975 (1975)
- idem. - Historische schets van het muziekonderwijs in Maastricht. Maastrichts Conservatorium in een nieuw gebouw (1965)

Terug naar het verhalenoverzicht