Ambtenarenverhalen
U of jij?
Auteur(s): Léon MinisMet medewerking van: André Willems, Erwin Gerardu
Buitenlanders hebben vaak moeite om u te zeggen. Het valt ons misschien niet zo op omdat Fransen en Duitsers de u wel kunnen uitspreken, maar let maar eens op: in de meeste talen komt de u niet voor. Het Turks kent de u nog en de Scandinavische talen hebben ook een klank die erop lijkt. Maar dan heb je het wel gehad. En als je niet van kindsbeen af geleerd hebt je mond zo te kunnen vervormen dat er een u uit komt leer je het later nooit meer.In het Nederlands komt er nog de betekenis van het woord u bij ook. Anders dan in het Engels waar je tegen alle maatschappelijke klassen you zegt, maakt de cultuur het bij ons onmogelijk om iedereen maar te tutoyeren zonder geregeld het gevoel te hebben het hele maatschappelijke bestel op zijn kop te zetten.
Heb je lange tijd u tegen iemand gezegd dan is het bijna onmogelijk om van het ene moment op het andere jij tegen hem te zeggen.
Na een jaar intensief met wethouders in een nieuw college te hebben gewerkt deed burgemeester Baeten de suggestie om elkaar te tutoyeren. Maar in de praktijk kwam het daar helemaal niet van. De wethouders bleven u tegen Baeten zeggen. Totdat het college een keer op een heidag in het zwembad van een hotel terecht kwam. Toen was het ijs snel gebroken.
Hoe goed moet je een Franse kennis kennen voordat je tu tegen hem kunt zeggen? Voor buitenlanders is het moeilijk aan te voelen hoe de cultuur van de aanspreekvormen precies is. Maar geboren en getogen Nederlanders ervaren soms ook problemen met u en jij. Soms merk je dat men tegen dezelfde persoon u en jij door elkaar heen gebruikt.
Ik heb eens meegemaakt dat burgemeester Houben niet wist of hij u of jij tegen een bezoeker moest zeggen.
Die bezoeker was te jong voor u. Zijn uitstraling was ook erg informeel. Maar jij was te intiem voor een persoon afkomstig van een Haags departement met een belangrijke boodschap. Daarom gebruikte Houben het woordje men. "Er is iets voor te zeggen dat men dit standpunt heeft. Maar geredeneerd vanuit een gemeente moet men toch ook begrip hebben voor een andere opvatting. Trouwens, wil men nog een kopje koffie?".
In de begintijd van internet is er door de redactie een discussie gevoerd of we je of u zouden bezigen als stijl. Uiteindelijk is er uit gekomen dat op de Internetsite u wordt gebruikt en op de Intranetsite jij.
Als je dagelijks met een persoon werkt die je altijd met meneer Jansen hebt aangesproken is het ook zwaar om die persoon opeens met zijn voornaam aan te spreken. Als een soort tussenoplossing kreeg je dan dat men meneer voor de voornaam zette: bijvoorbeeld meneer Harrie (wethouder Roovers, wethouder van 1966 tot 1986), meneer Karel of meneer Jo (Karel Kicken, Jo Simons en Jo Weijsters, collega's ter secretarie in de tweede helft van de vorige eeuw).
Afb: Karel Kicken, plv directeur van de dienst financiën, en burgemeester Baeten
De verhalen:
Ambtenarij in de vierde eeuw na christus:corruptie troef, Brandweerbeeldje: botsingen tussen culturen om kunst, Breur Lemmens: een mythe, De eed, De kunst van het relativeren, Gemeente ambtenaren: historische figuren, Hoort de rode vlag bij het socialisme of bij Maastricht?, Jacques van de Venne: een held, JJ, KK en MM: rituelen, Kerk en staat, Leny Scheyven: rituelen, Maastricht en Oranje, Martin Jammers en het toepassen van regels: rituelen, Nico Kempeners, een mythe, Nieuwjaarsreceptie: rituelen, Openbaarheid, Philip Houben; een held, Pie Fabry: rituelen, Retorica in de raad, Ronald Stans, een mythe, Taal : beleidsjargon, Taal : communiceren, Zo buiten zo binnen: de bouwvergunning met glacé handschoenen,
Terug naar het verhalenoverzicht