Ambtenarenverhalen
Philip Houben; een held
Auteur(s): Léon MinisMet medewerking van: André Willems, Erwin Gerardu
Van oud-minister Pieter Winsemius is de uitdrukking dat de overheid een schurk is met een hoge hoed. Je wordt beroofd of niet serieus genomen maar dat gebeurt wel op een nette wijze. Erg kort door de bocht natuurlijk. Maar sommige vertegenwoordigers van de overheid hebben meer een hoge hoed op dan anderen.Ik had een keer twee afspraken met collegeleden om een bezoek te brengen aan de Lambertuskerk op het Emmaplein. Een keer met wethouder Gerard Peters (PvdA-wethouder van 1978 - 1990) en een week later met burgemeester Philip Houben.Peters en ik vertrokken uit het stadhuis. Peters nam het voortouw en ging het pand van de SNS-spaarbank in om meteen door te lopen naar de kantine achter de geldbalie. Bankbedienden maakten aanvankelijk een overrompelde indruk maar Peters wees half naar de richting waarin we ons begaven en daarmee leek de kous af: "Je moet niet echt naar ze kijken en flink doorlopen" fluisterde hij mij samenzweerderig toe. Via een smal gangetje kwamen we in de Bogaardenstraat uit precies tegenover nummer 48 (Stichting Trajekt) waar we naar binnen gingen. Via de hal en de binnenplaats van Trajekt kwamen we in de Batterijstraat. Hier nam hij de Uitbelderstraat en de Twaalfapostelengang naar Hoogfrankrijk waar hij halverwege linksaf de tuin van de broeders van de Beyart inging om, nadat we nog ergens over een muurtje waren geklommen, vlakbij het Emmaplein uit te komen. Een fantastische informele weg door hartje Maastricht.
Een week later dezelfde bestemming met burgemeester Houben. Houben ging, komende uit het stadhuis, de Muntstraat in. Halverwege de Muntstraat vroeg ik hem voor de zekerheid dat we toch naar de Lambertuskerk gingen. Ja, zeker. We draaiden de Grote Staat in en vervolgden onze weg via Vrijthof en Brusselsestraat naar het Emmaplein. Onderweg werden we om de anderhalve meter begroet door Maastrichtenaren die de burgemeester herkenden. Sommigen wilden hem gauw even wat vragen maar de snelheid waarmee we ons voortbewogen verhinderde dat. De burgers konden niets anders zeggen dan: "Hoi, edelachtbare". Houben wist de digniteit die bij zijn ambt hoorde te bewaren door er flink de pas in te zetten. Uiteindelijk kwamen we via deze koninklijke weg toch even snel als via de informele weg op de plaats van bestemming.
Houben was erudiet, humorvol, aardig, betrokken bij de stad, geliefd en gerespecteerd. Maar ook sober en afstandelijk. Houben was altijd vóór informele omgangsvormen maar tégen onfatsoenlijke omgangsvormen. Hij had een enorme hekel aan mensen die onbeschaafd zijn of geen manieren hebben. Ministers die afspraken niet nakwamen hoefden niet op zijn sympathie te rekenen. Dat liet hij ze wel fijntjes merken. Had iemand van het departement een vals verslag van een gesprek gemaakt en de eindconclusie in zijn voordeel verdraaid dan belde Houben de minister op om te zeggen "Excellentie, zoals u het hebt verwoord is het niet helemaal correct weergegeven".
Afb: Burgemeester Philip Houben met koningin Beatrix
De verhalen:
Ambtenarij in de vierde eeuw na christus:corruptie troef, Brandweerbeeldje: botsingen tussen culturen om kunst, Breur Lemmens: een mythe, De eed, De kunst van het relativeren, Gemeente ambtenaren: historische figuren, Hoort de rode vlag bij het socialisme of bij Maastricht?, Jacques van de Venne: een held, JJ, KK en MM: rituelen, Kerk en staat, Leny Scheyven: rituelen, Maastricht en Oranje, Martin Jammers en het toepassen van regels: rituelen, Nico Kempeners, een mythe, Nieuwjaarsreceptie: rituelen, Openbaarheid, Pie Fabry: rituelen, Retorica in de raad, Ronald Stans, een mythe, Taal : beleidsjargon, Taal : communiceren, U of jij?, Zo buiten zo binnen: de bouwvergunning met glacé handschoenen,
Terug naar het verhalenoverzicht