Ambtenarenverhalen

Martin Jammers en het toepassen van regels: rituelen

Auteur(s): Léon Minis
Met medewerking van: André Willems, Erwin Gerardu

 Lao Tse, Chinese filosoof uit de zesde eeuw, op het goudleerbehang van de burgemeesterskamer afgebeeld zittend op een tijger, schreef een keer: "De wijze staat op de achtergrond, maar in werkelijkheid staat hij vooraan". Zo'n wijs iemand was Martin Jammers, een van de helden van onze cultuur. Een coachende vaderfiguur, of later meer een grootvaderfiguur die een enorm gemak om met mensen om te gaan combineerde met een uitermate praktische manier van werken en sturen.

Als adjunctgemeentesecretaris was hij onder meer belast met de coördinatie van alle procedures. Hij huldigde het standpunt dat het altijd minder fraai is dat een regel via uitzonderingen aan waarde moet winnen. Dus de regel kende geen uitzonderingen, maar in de praktijk paste hij de regel soepel toe. Met het overschrijden van de deadline voor het indienen van collegenota's was hij echter meedogenloos. Van die regel kon alleen worden afgeweken wanneer overtuigend kon worden bewezen dat de nota niet eerder ingediend had kunnen worden en dat besluitvorming absoluut geen uitstel kon velen. Bovendien moest aan Jammers, bij wijze van nuisance-value (het offer dat je moest brengen om het niet hogerop te hoeven zoeken), een sigaar worden aangeboden, waardoor deze handelwijze spoedig bekend stond als de sigarenprocedure. Hij liet intussen niet na om, terwijl je een dikke wolk afgewerkte rook in je gezicht kreeg, er op te wijzen dat één van de algemene beginselen van behoorlijke administratie is dat procedureregels zorgvuldig in acht genomen moeten worden. Samen met Hub Hameleers, de gemeentesecretaris, vormde hij een sterk koppel omdat die twee elkaar goed aanvulden. Hameleers was meer een man die bekend was met beleid maken, beleid beschrijven en beleid beargumenteren. Iemand die vroeg waar de informatie vandaan kwam en waarom hij dat allemaal zou geloven. Een schaker die altijd een zet vooruit dacht.

Jammers was typisch een ambtenaar van de exécution délibérative. Dat is de primaire uitvoering die na de beleidsvaststelling komt. Het betreft de detaillering van de vastgestelde hoofdlijnen, ontwerpen van richtlijnen en aanvullende criteria, ontwerpen van formulieren. Hij wist dat als de exécution délibérative goed geregeld was de exécution active, de daadwerkelijke uitvoering bijna nooit mis kon gaan. Daarom nam hij voor de exécution délibérative altijd ruim de tijd: door te discussiëren in een werkgroep, door het gezamenlijk uiteenzetting van argumenten en door interactie kwam hij tot een rijkere afweging. Hij wist, wat bijna niemand in de organisatie lukt omdat men er het belang niet van inziet, dan wezenlijk verschillende participanten aan de gedachtevorming te laten deelnemen. Als Jammers je vroeg mee te doen durfde eigenlijk niemand te weigeren. Jammers zei dan altijd: "Overleg plegen kost tijd, geen overleg plegen nog meer." Wie meedeed verplichtte zich mee te denken over publieke problemen. Jammers had gevoel voor systematiek en hij kende als geen ander de gemeentelijke organisatie en de samenhang daarin. De praktische werkbaarheid van de organisatie was bij hem altijd een zorg. Hij doorgrondde de voorstellen waar anderen mee kwamen meteen, waardeerde de plussen en veranderde de minnen.

Jammers was ook een man van netwerken. Een netwerk had bij Jammers weinig te maken met de overdreven waardering die nu vaker aan het hebben van een netwerk wordt gegeven. Bij hem betrof het een sterk functionele benadering van bestuur en samenleving: netwerken bestonden bij hem uit mensen, bedrijven, organisaties die hij nodig had. En vooral kon hij er van genieten tijdens een bijeenkomst van een landelijk netwerk als een erflater van Maastrichtse administratieve oplossingen op te treden voor alle aanwezigen.

Afb: Lao Tse


De verhalen:
Ambtenarij in de vierde eeuw na christus:corruptie troef, Brandweerbeeldje: botsingen tussen culturen om kunst, Breur Lemmens: een mythe, De eed, De kunst van het relativeren, Gemeente ambtenaren: historische figuren, Hoort de rode vlag bij het socialisme of bij Maastricht?, Jacques van de Venne: een held, JJ, KK en MM: rituelen, Kerk en staat, Leny Scheyven: rituelen, Maastricht en Oranje, Nico Kempeners, een mythe, Nieuwjaarsreceptie: rituelen, Openbaarheid, Philip Houben; een held, Pie Fabry: rituelen, Retorica in de raad, Ronald Stans, een mythe, Taal : beleidsjargon, Taal : communiceren, U of jij?, Zo buiten zo binnen: de bouwvergunning met glacé handschoenen,

Terug naar het verhalenoverzicht