Ambtenarenverhalen

De eed

Auteur(s): Léon Minis
Met medewerking van: André Willems, Erwin Gerardu

De scheiding van kerk en staat is sinds 1815 een belangrijk uitgangspunt van ons koninkrijk, maar als het er op aan komt een uitdrukkingsvorm aan het waarheidsbesef te geven dan is de wetgever toch snel op het opperwezen aangewezen door het ritueel van de beëdiging. Doorgaans lijken rituelen zinloos te zijn. Maar de eed geeft met een formeel, bijna sacramenteel karakter uitdrukking aan de wens integriteit of trouw aan de Grondwet te kunnen verbeelden. De tekst van de eed (verklaring of belofte) van de Gemeentewet luidt: "Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot lid van de raad benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal onderhouden en nakomen en dat ik mijn plichten als lid van het gemeentebestuur naar eer en geweten zal vervullen. Zo waarlijk helpe mij God almachtig! " of "In naam van Allah, de Erbarmer, de Barmhartige!" of 'Dat verklaar en beloof ik!'.

Ten tijde van het ancien régime luidde de eed: 'Soe help mij Godt Almachtich.... Ende alle Gods heyligen'. Om het belang van de gebeurtenis kracht bij te zetten werd toentertijd een kruisbeeld met twee brandende kaarsen neergezet voor de te beëdigen persoon die zijn rechterhand op de opengeslagen bijbel moest leggen. Wie tegenwoordig in gemeenteland de eed aflegt doet dat ten overstaan van de burgemeester en met opsteken van de twee voorste vingers van de rechterhand. Dit symbool vinden we in uitbundiger vorm terug in de straateed waarbij de twee eerste vingers van de rechterhand met de tong worden natgemaakt en overkruis omhooggestoken onder het uitspreken van de formule "ik zweer het", buitenshuis bekrachtigd met een ferme spuw op de grond. In de wetenschap staat deze eed bekend als de eed van onschuld. Is de eed de standaard, sinds 1911 laat de Eedwet ook toe om de verklaring of belofte af te leggen voor wie er moeite mee heeft God aan te roepen. Ten tijde van burgemeester Baeten hield een oppositioneel raadslid een keer een uitvoerige beschouwing alvorens de belofte af te leggen. Geen probleem!

Het is namelijk niet de bedoeling van de eed de maatschappelijke pluriformiteit te uniformeren. De rechtsgeldigheid komt alleen ter discussie te staan bij het weigeren om de eed of gelofte af te leggen.

Afb: Martin Jammers, adjunct-gemeentesecretaris, legt de eed af


De verhalen:
Ambtenarij in de vierde eeuw na christus:corruptie troef, Brandweerbeeldje: botsingen tussen culturen om kunst, Breur Lemmens: een mythe, De kunst van het relativeren, Gemeente ambtenaren: historische figuren, Hoort de rode vlag bij het socialisme of bij Maastricht?, Jacques van de Venne: een held, JJ, KK en MM: rituelen, Kerk en staat, Leny Scheyven: rituelen, Maastricht en Oranje, Martin Jammers en het toepassen van regels: rituelen, Nico Kempeners, een mythe, Nieuwjaarsreceptie: rituelen, Openbaarheid, Philip Houben; een held, Pie Fabry: rituelen, Retorica in de raad, Ronald Stans, een mythe, Taal : beleidsjargon, Taal : communiceren, U of jij?, Zo buiten zo binnen: de bouwvergunning met glacé handschoenen,

Terug naar het verhalenoverzicht