Ambtenarenverhalen

Ambtenarij in de vierde eeuw na christus:corruptie troef

Auteur(s): Léon Minis
Met medewerking van: André Willems, Erwin Gerardu

Een bedrijf functioneert beter wanneer het de medewerkers ruimhartig behandelt en niet uitsluitend acties onderneemt om de winst te maximaliseren. Bijvoorbeeld door ze eigen verantwoordelijkheid te geven, soepele vakantieregelingen toe te passen, een feest te organiseren, kerstpakketten te verstrekken of een reductie te verlenen op het eigen product.

Bij het doen van dergelijke giften gaat het niet zozeer om de inhoud als om de geest erachter: saamhorigheid, dankbaarheid, respect. Dit element maakt dat een geschenk als verplichtender wordt ervaren dan een overeenkomst. Want een geschenk moet in de vorm van een equivalent worden teruggegeven. Zolang niet is teruggegeven voelen gever en ontvanger zich aan elkaar gebonden. Sociale interactie kan niet sterker starten dan met de wederkerigheid die met een geschenk wordt uitgelokt. Deze verhouding leent zich natuurlijk voor manipulaties. Aannemen van giften of beloften wordt in overheidsland daarom snel als laakbaar en afkeurenswaardig gezien.
Wie in dienst van de overheid een prestatie verricht voor een derde met als resultaat profijt voor beiden en een vaak betrekkelijk gering of abstract nadeel voor de overheid als onbewust slachtoffer, maakt zich schuldig aan omkopen, een strafrechtelijk vergrijp. De kerndelicten in dit kader zijn de artikelen 362 en 363 van het Wetboek van Strafrecht. Essentieel voor een veroordeling is dat een reële relatie wordt bewezen tussen de gift en hetgeen wordt gedaan of nagelaten. Moeilijk te bewijzen, want een gift "zo maar" is niet strafbaar. Daarom wijkt het Openbaar Ministerie vaak uit naar andere, gemakkelijker te onderbouwen delicten als valsheid in geschrifte, oplichting, verduistering etc.
Voorbeelden van doen of nalaten zijn: gunnen van werk, aankoop, verlenen van een vergunning, achterwege laten van voorwaarden, subsidiëren, vertrouwelijke informatie verstrekken, etc.

De tegenwoordig zo gewenste marktgerichte attitude van de ambtenaar heeft ook bedrijfslevenachtig gedrag met zich mee gebracht: de contacten met het bedrijfsleven werden steeds nauwer en gelijkwaardiger. Oude ethische barrières werden geslecht, het ambtenarenethos is in de jaren 80 van de vorige eeuw begraven, het creatief besturen en professioneel adviseren deed zijn intrede. De individuen wogen kosten en baten tegen elkaar af. Hoe groot is de pakkans?
In gedragscodes bevordert de overheid grote terughoudendheid, openheid, openbaarheid. Altijd zelf het goede voorbeeld geven. Overleg bij twijfel. We moeten de corruptie uitbannen! Daar hebben we nu wel lang genoeg mee geleefd.
'Corruptie is in de ambtenarij gemakkelijk in de hand gewerkt omdat de ambtenaar beschikt over een voor leken ontoegankelijk jargon en hij zich kan bedienen van formaliteiten die van een eenvoudige zaak een niet los te maken knoop kunnen maken. Voor letterlijk alle handelingen van de ambtenaar moet worden betaald, zelfs het geeuwen wordt nog in rekening gebracht.' Dit waren, verkort weergegeven, de verzuchtingen van de schrijver Ammanius Marcellus die leefde in de vierde eeuw na Christus. In een satire wijt Ammanius de toestand vooral aan de opleiding: een ambtenaar weet te weinig van wat tegenwoordig algemene ontwikkeling heet en hij weet te veel van de foefjes en feiten die slechts dienen om de burger in verwarring te brengen.

Dit karikaturale gedrag dat nog steeds een onuitputbare bron voor grapjes over ambtenaren vormt, wordt door ambtenaren zelf nog wel eens toegepast, maar gelukkig alleen bij wijze van practical joke.

Vóórdat het systeem van functiewaardering met een organiek functiegebouw zijn intrede had gedaan werden ambtenaren door het afdelingshoofd voorgedragen voor een bevordering naar een hogere rang.

Zo'n bevorderingsvoorstel werd vervolgens besproken in een commissie waarin alle betrokken dienstdirecteuren, twee ambtenaren van de centrale personeelsdienst en een delegatie van de vakbonden zitting hadden Alles onder leiding van de gemeentesecretaris H.J. Hameleers (secretaris van 1974 tot 1986). Een jonge André Willems nam toen deel aan de vergadering namens de vakbonden. Hij had gezien dat één van de personen op de lijst van voorstellen ook in de vergadering aanwezig was, namelijk Paul Verheijde, ambtenaar functiewaardering en rechtspositie. Toen dit voorstel aan de orde kwam verzocht Hameleers Paul onverwachts het vertrek even te verlaten zodat ze zijn voordracht in alle beslotenheid konden bespreken. Toen Paul de deur uit was zei Hameleers: 'Dit is een hamerstuk' de andere aanwezigen beaamden dit: 'Ja, hamerstuk'. Toen degene die het dichtst bij de deur zat opstond om Paul weer binnen te laten zei Hameleers: 'Stop, laot häöm nog eve wachte'. Vervolgens ging de vergadering door en na een half uur werd Paul weer binnengelaten. Hij kwam met een rood hoofd en tamelijk aangeslagen weer binnen, getuigt André.

Afb: Burgemeester Michiels met Kabinetschef Hub Hameleers


De verhalen:
Brandweerbeeldje: botsingen tussen culturen om kunst, Breur Lemmens: een mythe, De eed, De kunst van het relativeren, Gemeente ambtenaren: historische figuren, Hoort de rode vlag bij het socialisme of bij Maastricht?, Jacques van de Venne: een held, JJ, KK en MM: rituelen, Kerk en staat, Leny Scheyven: rituelen, Maastricht en Oranje, Martin Jammers en het toepassen van regels: rituelen, Nico Kempeners, een mythe, Nieuwjaarsreceptie: rituelen, Openbaarheid, Philip Houben; een held, Pie Fabry: rituelen, Retorica in de raad, Ronald Stans, een mythe, Taal : beleidsjargon, Taal : communiceren, U of jij?, Zo buiten zo binnen: de bouwvergunning met glacé handschoenen,

Terug naar het verhalenoverzicht