Petrus regout

In de Boschstraat, direct tegenover de Theunisstraat, staat het standbeeld van Petrus Regout voor een kolossaal fabrieksgebouw achter een lange muur.

Het enorme witte gebouw wordt in de volksmond 'de Eiffel' genoemd.




Het industrieel monument wordt geflankeerd door de oude Penitentenpoort.

Die naam herinnert aan het klooster van de zusters Penitenten dat hier ooit lag. De poort was de toegang tot het fabriekscomplex van Regout.

Links van de poort staat het in de jaren 1960 gebouwde kantoorpand van De Sphinx.



Petrus Regout, 'Pie' voor vrienden en bekenden, stamde uit een familie van handelaren in aardewerk en porselein. Hij werd geboren in 1801 en trouwde in 1825 met de niet onbemiddelde Aldegonda Hoeberechts.

Pie werkte in de winkel van zijn moeder en ontpopte zich als een voortreffelijk handelaar.

Hij hield zich bezig met de groothandel en de inkoop van glas en aardewerk.


De industriële revolutie in Nederland begon dankzij Regout in Maastricht; en Petrus Regout zelf, was de eerste grootindustrieel van het land.

Hij wist handig gebruik te maken van de oorlogssituatie die was ontstaan als gevolg van de Belgische Opstand.

Die brak in 1830 uit in Brussel en leidde in 1839 tot de onafhankelijkheid van het koninkrijk België, dat sinds 1815 deel uitmaakte van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden.

Door de nood gedwongen besloot Regout, die eerst alleen handelaar was, om ook zelf fabrikant te worden van glas en aardewerk. De handel in glas en aardewerk stagneerde, maar in 1834 werd het importverbod uit België opgeheven.


Hij besloot daarvan gebruik te maken en kocht een jaar later een enorme stoommachine.


Nu kon hij 37 Belgische kristalslijpers aan het werk zetten. Dat was het startsein voor de Maastrichtse industrialisatie.

Weer een jaar later – in 1836 - ging Regouts aardewerk- fabriek van start, die we sinds 1899 als 'de Sphinx' kennen.

Daar bleef het niet bij: Pie begon met zijn broer Thomas een spijkerfabriek; in 1846 een geweerfabriek en in 1850 een gasfabriek.






De hele wijk rond de Boschstraat, ten noorden van de markt, vormde feitelijk het imperium van Regout. Circa tweehonderd meter verderop ligt rechts nog de 'Timmerfabriek' .60, die toeleverancier was voor de andere bedrijven. Daar ligt ook de binnenhaven 'het Bassin', die diende voor de aanvoer van grondstoffen en de afvoer van producten.

De arbeiders woonden veelal in de zijstraatjes van de Boschstraat, tegenover de fabriekspoort. Die buurt is in de jaren 70 van de vorige eeuw vrijwel volledig vervangen door de nieuwbouw van het 'Boschstraatkwartier oost'.

De fabrikant en handelaar Regout moet je bekijken in het licht van zijn tijd. Hij was een typisch 19e eeuws fabrikant die heel paternalistisch 'vader, raadgever en beschermer' wilde zijn voor zijn arbeiders.

De keiharde bedrijfsvoering van zijn zonen bezorgde Regout achteraf een slechte naam, als kapitalistische uitbuiter bij uitstek.

Het standbeeld dat er sinds 1965 staat, werd dan ook vaker beklad.

In 1848 werd Petrus Regout door zijn vriend koning Willem II, benoemd tot lid van de eerste Kamer vanwege zijn verdiensten voor de industrie.

Een jaar later liet hij een portret schilderen. Daar staat hij trots in het gala-uniform dat bij die belangrijke functie hoorde. De fabrikant is vereeuwigd in een 'koninklijke' pose.

Hij wijst naar wat wellicht de stichtingsakten waren van zijn fabrieken. Dit is een manier van voorstellen die in die tijd eigenlijk alleen werd gebruikt voor vorstelijke staatsieportretten.



Op zijn borst prijken de koninklijke onderscheidingen die hij had gekregen voor de prachtige kristallen luchters die hij zowel voor de Nederlandse als de Franse koning had gemaakt, en die hem een hoge Franse onderscheiding opleverden.




Regout werd puissant rijk en kocht verschillende statige buitenverblijven zoals kasteel Vaeshartelt.














In 1863 liet Regout een lithografie maken voor een vriendenalbum, ze was gebaseerd op het staatsieportret. Er zijn opeens een paar opvallende details, waarin de lithografie verschilt van het geschilderde portret.

De rug van de stoel draagt het wapen dat hem inmiddels als authentiek familiewapen was toegekend. In de rand van het tafelkleed zijn de initialen PR zichtbaar, gedekt door een kroontje, een teken dat alleen een baron of een graaf voerde. Dat zegt iets over de aristocratische pretenties van Regout.

Petrus Regout is tot zijn grote spijt nooit in de adelstand opgenomen; hij had zo graag in adellijke kringen vertoefd als 'heer van Vaeshartelt'.

Hij overleed er in 1878.









Zijn bedrijf 'de koninklijke Sphinx' bleef met ups en downs produceren. De productie was verschoven naar vooral sanitair aardewerk.

De Sphinx bood vele generaties Maastrichtenaren werk.

In 1999 kwam het bedrijf na eerdere overnames in handen van het Finse bedrijf Sanitec, dat in 2005 aankondigde uit het centrum van Maastricht te willen vertrekken.

Samen met de ook in die tijd aangekondigde sluiting van de ENCI (Eerste Nederlandse Cement Industrie) betekent dit het einde van de grootschalige 'maak-industrie'.




Maastricht wordt definitief de kennisstad die zich met de komst van de universiteit in de jaren 1970 al begon af te tekenen.




Bronnenlijst

  • 1, 2, 3, 4, 27, 28, 31, 32 © 2005 bicmultimedia.nl
  • 2 © 2006 gemeente Maastricht
  • 5, 6, 9, 14, 17, 23-26 collectie RHCL, www.rhcl.nl
  • 7, 22 Jac van den Boogard
  • 8, 12, 13, 15, 16, 18, 20, 29, 30 SHCL Maastricht, www.shclimburg.nl
  • 19 Fotoarchief Dagblad De Limburger
  • 33 achtergrond gravure, Stichting historische reeks maastricht.
  • 34, 35 (alleen in uitgebreide tekst) collectie RHCL, www.rhcl.nl

    De afbeeldingen in de bronnenlijst komen overeen met de afbeeldingen in het multimedia-item en staan op volgorde van verschijnen.