LiggingMidden op het vrijthof - het bekendste en grootste plein van Maastricht - ligt de Sint Servaasbasiliek. De imposante kerk is gebouwd in een aantal stadia: de jongste uitbreidingen en veranderingen zijn aan het huidige gebouw te herkennen, de oudste bevinden zich onder de grond en kwamen aan het licht bij de recente opgravingen en restauraties.
Aan de Westkant van het Vrijthof liggen twee kerken waar je niet omheen kunt. Links ligt de Sint-Jan met zijn hoge toren. Rechts ligt de grote Sint Servaaskerk.
Deze kerk staat op de plaats waar in de Romeinse tijd een grafveld lag, net buiten de vesting aan de Maas. Daar werd in de vierde eeuw de eerste bisschop van Maastricht begraven die de beschermheilige van de stad werd en ook zijn naam aan de kerk gaf: Sint Servatius.Op het graf werd een kapel gebouwd.
Vanaf dat moment hebben mensen daar telkens iets nieuws voor in de plaats gebouwd of ze hebben het gebouw dat ze aangetroffen vergroot en verfraaid om het belang ervan te onderstrepen.
De kerk die zo ontstond moest altijd concurreren met de andere belangrijke kerk van Maastricht: de Onze Lieve Vrouwekerk, die de Bisschopskerk was.
Vandaag de dag nog kunnen we de verschillende bouwfases aan de Sint Servaaskerk aflezen.
Door opgravingen in de kerk weten we veel over de gebouwen die eerder op deze plaats stonden.
Eerste bouwperiodeHet grafkapelletje, de Cella memoriae
De geschiedenis van de Sint Servaasbasiliek begint bijna zestien eeuwen geleden met de bouw van een cella memoriae, een grafkapel. Vermoedelijk is dit het kleine houten kerkje waarover de historicus Gregorius van Tours (538-594) spreekt, als hij ons voor het eerst bericht over de heilige Servaas. Hij dacht dat de bisschop van Tongeren rond het jaar 450 in Maastricht was gestorven. Zijn volgelingen hadden een ruwhouten kapelletje boven zijn graf gebouwd.
De grote kerk, de Magnum templum
In de eeuw na de dood van bisschop Servaas, viel het kapelletje geregeld ten prooi aan weer en wind. Kort na 549 liet bisschop Monulfus Servaas' lichaam opgraven uit het
gehavende kapelletje en overbrengen naar een door hem gebouwde en aan Sint Petrus gewijde magnum templum (grote kerk). Dit was de oudste voorganger in steen van de huidige Servaaskerk. Deze kerk, voltooid door bisschop Gondulfus lag onmiddellijk ten oosten van de oude houten grafkapel. Uit opgravingen is gebleken dat de kerk in de zevende eeuw werd uitgebreid met een westwerk. Vlak er naast stond een monasterium, een klooster, waarin de geestelijken van de kerk woonden. De grond waarop de gebouwen stonden, behoorde waarschijnlijk tot het domein van de Merovingische koningen. Voor hun opvolgers, de Karolingers, droeg het bezit van het graf van Servaas vooral bij aan het prestige van hun koningsschap. Zij werden dan ook de beschermheren van de Sint Servaaskerk en zijn priesters.
De drieschepige basilicaIn de eerste helft van de achtste eeuw werd de Magnum Templum afgebroken en vervangen door een iets meer westelijk gelegen drieschepige basilica. Het priesterkoor bevond zich pal boven de crypte met het gebeente van Servaas. Later, vermoedelijk in de tiende eeuw, werd deze kerk naar het westen toe vergroot. Waarom de basilica omstreeks het jaar 1000 volledig werd afgebroken, is onbekend.
Meer weten?
De grote Romaanse kerk (ca. 1000-1200 n. Chr.)
De pelgrimskerk van Geldulfus (ca.1000 n. Chr.)Proost Geldulfus, het hoofd van de priestergemeenschap van de Sint-Servaas, liet na de sloop van de basilica op dezelfde plaats een heel nieuwe drieschepige kerk optrekken. Dat werd een echte pelgrimskerk, met omgangen rond het koor die toegang gaven tot het graf van Sint Servaas. Zij werd in 1039 in het bijzijn van de Duitse keizer Hendrik III door wel twaalf bisschoppen gewijd.
Meer weten?
De grote verbouwing door Humbertus (Ca. 1050-1080 n. Chr.)
Nog geen halve eeuw later liet proost Humbertus op zijn beurt de nieuwe kerk ingrijpend verbouwen. Wat hij in de jaren 1051-1086 aan het kerkgebouw heeft toegevoegd en veranderd, is vastgelegd op een loden kruis dat in zijn graf is aangetroffen. Zo liet hij het dwarsschip vernieuwen en voorzien van twee hoge portalen aan weerszijden van de apsis. Ze deden dienst als doorgang bij processies en werden waarschijnlijk ook door de pelgrims gebruikt. De omgangen maakten plaats voor een aantal kapellen. Onder de kerkvloer werd een nieuwe crypte aangelegd. Ten slotte verrezen naast de kerk ook een aantal nieuwe kloosterruimten. Meer weten?
Omstreeks 1160 werd de Servaaskerk opnieuw verbouwd. De toenmalige proost, Gerard van Are, wilde zowel de oost- als de westkant van het complex een monumentaal aanzien geven, omdat dat passend was voor een kerk die werd begunstigd door de Duitse keizers.
De koorpartij aan het Vrijthof
Van Are liet de koorpartij aan het Vrijthof - de oostkant - vervangen door een nieuwe, bestaande uit een halfronde apsis met daarboven een dwerggalerij (een lage open gaanderij met boogjes)
en twee flankerende torens. De dom van Speyer, hét bouwwerk bij uitstek van keizer Hendrik IV (1056-1106), was zijn voorbeeld. De dwerggalerij boven in de apsis had aanvankelijk geen gebruiksfunctie, maar werd vermoedelijk vanaf de veertiende eeuw de voornaamste blikvanger tijdens de Maastrichtse heiligdomsvaarten. Tijdens dit zevenjaarlijkse religieuze feest werden vanaf dit hoge podium relieken en voorwerpen van Sint Servatius, aan de verzamelde pelgrims getoond. Meer weten?
De uitbreiding aan de westkantOok de uitbreiding aan de westkant werd nog voor het einde van de twaalfde eeuw voltooid. Het betrof een rechthoekige aanbouw van meerdere verdiepingen, bekroond met twee nieuwe torens, die onder de naam westbouw of westwerk bekend staat en voorkomt bij veel belangrijke Romaanse kerken.
De hoger gelegen ruimte in het interieur diende als westkoor. Daarmee had de Sint Servaas twee koorpartijen. Dat is heel bijzonder. De galerijen in het interieur werden gedecoreerd met geornamenteerde zuilen en kapitelen, die voorstellingen uit het dagelijkse leven, bijbelse taferelen en exotische wezens laten zien.
In de voorstelling van die exoten blijkt het volkse bijgeloof uit de Romaanse periode. Ze dienden om de gewijde ruimte van de kerk te beschermen tegen kwade invloeden.Boven deze galerijen en over de volle breedte van het westwerk werd de zogenaamde 'keizerzaal' gebouwd. De middelste ruimte van deze zaal werd overdekt met een koepel. Of de zaal werkelijk een keizerlijke functie heeft gehad, is niet bekend. Die naam komt namelijk pas voor het eerst voor in een bedelbrief van het kerkbestuur aan koning Willem III uit 1874. Het monumentale karakter van deze zaal - zelfs van de gehele westbouw - moet veeleer worden gezien als een uitdrukking van de belangrijke positie die de Sint Servaas als keizerlijke kerk innam.
Meer weten?
Het tronende ChristusreliëfUit de laatste decennia van de twaalfde eeuw dateert het reliëf in het timpaan in het noordoostelijke portaal van het schip, dat vanaf die tijd waarschijnlijk diende als hoofdingang voor de pelgrims. Het is een zogenaamde 'Majestas domini'-voorstelling omdat het Christus toont als leraar en rechter, omringd door de symbolen van de vier evangelisten. Hieronder door trokken duizenden pelgrims de kerk binnen en zij wisten wat de ontzagwekkende religieuze betekenis van het reliëf was: op de dag des oordeels zou Christus ieder van hen op zijn daden beoordelen. Velen van ons kennen die betekenis niet meer.
Meer weten?
De schatkamerIn het oostelijke deel van de kloostergang bevindt zich de toegang tot de schatkamer. Die is in gericht in een kapel uit de late twaalfde eeuw, die ook wel de 'dubbelkapel' wordt genoemd. Ze wordt toegeschreven aan een groep rondreizende Lombardische bouwmeesters. (Hier kan een ingang gevonden tot 'de schatkamer' en 'de relieken').
Meer weten?
De Gotische verfraaiingen (Ca. 1200-1500 n. Chr.)
Het Bergportaal (Ca. 1220 n. Chr.)Na de voltooiing van de westbouw werd in het begin van de dertiende eeuw aan de zuidwest zijde het bergportaal aangebouwd, zo genoemd omdat het enigszins verdiept (aan een 'berg') lag. Het fraaie vroeggotische beeldhouwwerk rond dit portaal, voltooid rond 1220, is uniek voor deze streken. Wellicht is er door Franse beeldhouwers aan gewerkt, want de meesterhouwers uit deze regio hadden zich op dat moment nog niet ontworsteld aan de Romaanse beeldhouwtraditie.
Meer weten?
De kapellen (ca. 1400-1440 n. Chr.)Het heeft tot het begin van de vijftiende eeuw geduurd vooraleer de rust in de Servaaskerk opnieuw werd verstoord door omvangrijke bouwwerkzaamheden. De nieuwe campagne startte met de bouw van twaalf kapellen in Gotische stijl, aan weerszijden van het schip.
Meer weten?
Het gewelf in middenschip (ca. 1440-1460 n. Chr.)Het houten plafond van de kerkruimte werd tussen 1440 en 1460 vervangen door een mergelstenen gotische overwelving. In dezelfde periode werden de kleine Romaanse vensters vergroot en met Gotische traceringen ingevuld en het interieur werd van een nieuwe verflaag voorzien. Op de begane grond (op de 'aarde') werden de donkere wanden en de ruwe stenen pijlers niet beschilderd. Daarboven (in de 'hemel') werden de wanden vlak gepleisterd en wit geschilderd. Ook de gewelven werden gewit en voorzien van kleurige bloemenkransen, manchetversieringen, gouden biezen en sterren.
Meer weten?
Luchtbogen, pinakels en steunberen.De 'gotisering' van wat tot dan toe een zuiver Romaanse kerk was geweest, werd ten slotte ook zichtbaar aan de buitenkant. Om de buitenwaartse druk van de nieuwe gewelven op te vangen werden ze gesteund door de typisch gotische luchtbogen, die met pinakels bekroond werden. Op die manier kan men de zijwaartse druk tot een neerwaartse ombuigen. De muren ten slotte, werden verstevigd met steunberen om de druk op te vangen.
Meer weten?
Verstening van de kloostergangAan de noordzijde werd de elfde-eeuwse houten kloostergang vervangen door een mergelstenen kloostergang, met aan het westelijke uiteinde een eenvoudig laatgotisch portaal.
Meer weten?
KoningskapelTen slotte werd kort na 1463 aan de oostzijde van de kerk de koningskapel gebouwd. Ze ontleende haar naam aan de opdrachtgever: de Franse koning Lodewijk XI., die in 1460 geld schonk voor de bouw. Dit is de oudste afbeelding van een Maastrichts gebouw die we kennen. De kapel werd afgebroken in 1804.
Meer weten?
Toevoegingen in de Barok (Ca. 1600-1750 n. Chr.)Aanpassing van de binnenkant
In de zeventiende eeuw diende zich een nieuwe stijlperiode aan in de kunsten en de architectuur: de Barok. Rond 1732 kreeg het interieur van de Sint Servaas een barok aanzien. Eerst werd de koorafsluiting tussen het priesterkoor en het schip gesloopt. Vervolgens kreeg het hele koor een aankleding in wit marmer. Tot slot werden de glas-in-loodramen verwijderd en werd de kerk helemaal wit gekalkt, waardoor de sfeer in het interieur volledig veranderde.
Wijzigingen aan de buitenkantDe Barok was in de rest van Europa eigenlijk al over zijn hoogtepunt heen, toen ook de buitenkant van de Sint Servaas een fundamentele verandering in deze stijl onderging. In 1767 werden de twee torens van de westbouw over de totale hoogte met elkaar verbonden. Op de aldus ontstane bouwmassa plaatste de Luikse architect Etiënne Faën drie kleine, barokke torenbekroningen.
De Franse Revolutie ging niet onopgemerkt aan de Servaaskerk voorbij. Nadat het garnizoen in november 1794 had moeten capituleren voor de aanstormende revolutionaire legers, werd Maastricht een stad in Frankrijk onder het bestuur van Parijs. In 1798 werd de kerk gesloten en door het Franse leger in gebruik genomen als magazijn. Zeven jaar later(1805) werd het inmiddels zwaar gehavende gebouw weer vrijgegeven voor de eredienst. De bouwvallige koningskapel was inmiddels gesloopt, evenals het grote priesterkoor en de onderliggende crypte. In de jaren die volgden werd de kerk naar de mode van die dagen voorzien van een neoclassicistische uitmonstering. Voor structurele herstelwerkzaamheden ontbrak echter het geld.
Meer weten?De restauratie van Cuypers (Ca. 1870-1890 n. Chr.)
Pas in 1870 kon onder leiding van rijksbouwmeester Pierre J.H. Cuypers een begin worden gemaakt met de hoognodige restauratie van de kerk. De werkzaamheden waren ingrijpend en duurden twee decennia lang tot 1890. Cuypers herstelde de kerk naar een middeleeuws ideaalbeeld in neogotische stijl.

Meer weten?De St. Servaas nu
De neogotische inrichting van Cuypers werd tijdens de laatste restauratiecampagne van 1981 tot 1993 grotendeels verwijderd. Dankzij het herstel van de originele vijftiende-eeuwse beschildering oogt de kerk weer helder en fris. De ingangsportalen aan de Vrijthofzijde zijn in hun functie hersteld en voorzien van nieuwe bronzen deuren naar ontwerp van Appie Drielsma en Piet Killaars.
De middentoren die in 1955 was afgebrand, is niet herbouwd. Cuypers' ingrepen zijn niet allemaal verwijderd. De versieringen van het portaal aan het Keizer Karelplein en de veelkleurige beschildering van de beelden van het Bergportaal zijn immers gehandhaafd, zodat de laat 19e-eeuwse geschiedenis van de kerk niet helemaal weggevaagd is.Meer weten?
Bronnenlijst
De afbeeldingen in de bronnenlijst komen overeen met de afbeeldingen in het dossier en komen grotendeels ook voor in het multimedia item.